Kyoshin Jiu-Jitsu Club Diksmuide

Click here to edit subtitle

Wat is Jiu-Jitsu?

“ Jiu” betekent zacht of soepel, “jitsu” betekent kunst of vaardigheid.

De letterlijke vertaling van Jiu- Jitsu is dus zachte kunst of soepele vaardigheid.

Jiu-Jitsu legt de nadruk op de verdediging en niet op de aanval.

Dit betekent niet dat de sport pijnloos of ongevaarlijk is.

Bij gevorderden kan het er vaak hard, maar altijd gecontroleerd aan toe gaan.

 De kunst en de vaardigheid van onze sport zorgt ook wel eens voor spectaculaire en gecompliceerde bewegingen.

 Het is een zelfverdedigingskunst waarmee je in een paar seconden een aanvaller kan controleren en /of  uitschakelen.

Jiu-Jitsu is niet alleen een zelfverdedigingskunst maar een zeer complete budokunst voor jong en oud.

In het Jiu-Jitsu leer  je niet alleen je te verdedigen tegen verschillende aanvallen, maar ook het uitvoeren van verschillende aanvalstechnieken.

Enkele voorbeelden hiervan zijn Atemi’s ( stoten en trappen ), klemmen, drukpunten en wurgingen. Dit natuurlijk steeds in een zelfverdedigend perspectief.

 Het is de zelfverdedigingssport bij uitstek.

 

Jiu-Jitsu is méér dan sport alleen...

Naast het sportieve heeft Jiu-Jitsu voor ons ook nog vele andere betekenissen. Vriendschap, kameraadschap, discipline, beleefdheid zijn een directe greep uit de waarden van onze club. Jiu-Jitsu is niet enkel presteren in onze sport maar is ook je best doen op school, op het werk en thuis. Jiu-Jitsu is open staan voor iedereen, ongeacht origine, uiterlijk en kunnen van de individu. Het is onze plicht Jiu-Jitsu op deze manier te ademen; met verwijzing naar onze clubnaam, Kyoshin!

Geschiedenis

Jiu-Jitsu , Moeder van alle Japanse gevecht - en verdedigingssporten!

Alhoewel de roots van de Japanse Martial Arts in de beginne waren overgewaaid vanuit China, Korea en India, is het huidige Jiu-Jitsu toch hoofdzakelijk ontwikkeld door Samurai en het Japanse volk. Zij vertrokken hierbij vanuit de overgewaaide basis principes van de Martiale kunsten.

Ondertussen zijn sporten zoals Judo, Karate en Aikido beter gekend bij het grote publiek dan Jiu-Jitsu. Maar wat veel mensen niet weten is dat de eerder genoemde sporten met uitzondering van het Okinawa Karate, allemaal sporten zijn die ontstaan zijn vanuit het Jiu-Jitsu. Hun stichters waren bedreven Jiu-Jitsuka maar hadden zich gespecialiseerd in bepaalde technieken. Meester Jigoro Kano bijvoorbeeld, stichter van het Judo, nam alle minst gevaarlijke bewegingen uit het Jiu-Jitsu en ontwikkelde er mee een spelvorm waar werptechnieken centraal staan. En zo werd Judo geboren.

O'Sensei, de oprichter van de Aikido, Morihei Ueshiba, houd sterk aan de filisofie van de Budo sporten. Hij draagt de oude waarden hoog in het vaandel en richt zich tot de oudere technieken en voert deze uit in harmonie met lichaam en geest.

Meester Gichin Funakoshi, bezieler van het Shotokan Karate is een uitzondering. Hij specialiseerde zich dan weer in de vele stoot en traptechnieken maar haalde die hoofdzakelijk bij de roots van het Okinawa Karate. Maar daar Okinawa Karate in het oude Japan zowat een simultaan bestaan had naast het Jiu-Jitsu (in het oude Japan “Yaware” genaamd), kunnen wij stellen dat de twee stijlen elkaar op zijn minst beïnvloeden.

In sommige scholen (Ryu) smolten de technieken samen. Een mooi voorbeeld hiervan is Kobudo, het gewapend vechten en verdedigen.

Al deze sporten zijn relatief jong. Ze zijn ontstaan in de 19e en 20e eeuw. Tot de dag van vandaag zijn deze sporten verder in ontwikkeling waarbij nog vaak nieuwe soorten en stijlen ontstaan. Ze vinden bijna allemaal hun roots bij het Jiu-Jitsu.

Met deze stellingen kan men er van uitgaan dat Jiu-Jitsu de Moeder is van alle Japanse gevecht-en verdedigingssporten. Uiteraard heeft onze Jiu-Jitsu zich ook verder ontwikkeld en aangepast aan het hedendaagse straatgeweld.


Maar wat is nu de geschiedenis van het Jiu-Jitsu?


Wij weten dat sinds het ontstaan van de mens waar ook ter wereld conflict, combat, gevecht…het zij aanvallend het zij verdedigend altijd bestaan heeft. Het zit als het ware in de nature van de mens. In de oude wereld was dit noodzakelijk om te overleven.

Ook in het oude Japan waren er prille vormen van combat. Maar hoe deze prille vorm uitgroeide tot de fascinerende Martiale kunsten zoals wij deze kennen vandaag is en blijft een vraagteken. Geschiedkundig hebben wij natuurlijk wel een schat aan informatie betreft de éérste Jiu-Jitsu scholen tot de dag van vandaag. Maar dat prille begin tot het onstaan van de éérste scholen in het oude Japan blijft een beetje vaag.

Er zijn zo veel verhalen terug te vinden op het internet, in boeken…zo vele interpretaties. Je ziet de bomen door het bos niet. Wat is nu het juiste verhaal?

Waarschijnlijk zullen deze verhalen wel allemaal een kern van waarheid verbergen maar om alsnog een beeld te kunnen geven neem ik graag het meest gekende verhaal om wat licht in het duister te scheppen.


Het verhaal van Akijama.


Rond 1690 werkte en studeerde Akijama een arts uit Japan in China.

Tijdens een bezoek aan een klooster zag hij een gevecht tussen een gewapende en een ongewapende man.
Tot zijn verbazing wist de ongewapende man met een speciale gevechtsmethode het gevecht te winnen.
Akijama trad toe tot de kloosterorde en liet zich inwijden in de gevechtstechniek.

Toen Akijama na vele jaren studie terug was in Japan en hij over deze technieken nadacht bleef hem een probleem dwarszitten.
Hij wist nu wel de uitwerking van de grepen maar zelf had hij nog geen methode om zich te weren als de grepen op hem werden toegepast.

In de winter zag hij hoe de takken van een kerseboom en een wilgeboom heel verschillend reageerden op de sneeuw die zij moesten dragen.
De takken van de kerseboom braken af, terwijl de wilgeboom zijn takken liet afhangen waardoor de sneeuw er van afgleed.
Akijama had nu de oplossing van zijn probleem: "Meegeven om te Overwinnen".
Met deze gedachte als uitgangspunt lukte het hem om zich uit de moeilijkste grepen te bevrijden. De eerst stappen in het Jiu-Jitsu waren gezet.

Vooral de samoerai gingen zich in Jiu-Jitsu bekwamen, als zij in een gevecht ontwapend werden dan konden ze zonder wapens verder strijden.
In de eerste scholen (ryu) werd Jiu-Jitsu gegeven als gewapende en ongewapende krijgskunst.
Zoals eerder vermeld waren de technieken ook bekend onder andere namen zoals Yawara en Kempo..
Op dat moment was Jiu-Jitsu een geheime vechtkunst alleen voorbehouden aan de samoerai.
De technieken zijn in Japan tot ontwikkeling gekomen door langdurige verfijning van de krijgskunsten.

Ongeveer 200 jaar hebben de samoerai Jiu-Jitsu geheimgehouden tot in 1868 er een einde kwam aan het feodale stelsel in Japan.
Veel samoerai waren zonder werk en gingen toen om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien lesgeven in Jiu-Jitsu.
In die tijd zijn er verschillende Jiu-Jitsu stijlen en scholen ontstaan, veel mensen raakten in de ban van deze doeltreffende zelfverdediging technieken.
Al snel werd Jiu-Jitsu een populaire kunst in Japan.


Jiu-Jitsu in België.


Na het overwaaien van deze mooie kunst naar Europa en de rest van de wereld was er uiteraard een tijd dat Jiu-Jitsu zijn intrede deed in België.

Anno 1902 was er een heer Alexander Minne die Jiu-Jitsu leerde via Japanse kampioenen zoals Taro Myake en Yukio Tani. Al snel begon Alexander Minne, bijgenaamd “Ito” ook les te geven in Jiu-Jitsu. Een tijdje later nam zijn broer Maurice Minne, bijgenaamd “Okita” de fakkel over.

In 1954 stichte Meester Minne de éérste Jiu-Jitsu federatie in België. Zijn leerlingen waren op hun beurt verantwoordelijk voor het verder verspreiden van Jiu-Jitsu tot in de verste hoekjes van ons land.